NeerlandiNet - Neerlandistiek in Suid-AfrikaArgief
Tuis /
Home
Briewe /
Letters
Kennisgewings /
Notices
Skakels /
Links
Boeke /
Books
Opiniestukke /
Essays
Onderhoude /
Interviews
Rubrieke /
Columns
Fiksie /
Fiction
Posie /
Poetry
Taaldebat /
Language debate
Film /
Film
Teater /
Theatre
Musiek /
Music
Resensies /
Reviews
Nuus /
News
Slypskole /
Workshops
Spesiale projekte /
Special projects
Opvoedkunde /
Education
Kos en Wyn /
Food and Wine
Artikels /
Features
Visueel /
Visual
Expatliteratuur /
Expat literature
Reis /
Travel
Geestelike literatuur /
Religious literature
IsiXhosa
IsiZulu
Nederlands /
Dutch
Gayliteratuur /
Gay literature
Hygliteratuur /
Erotic literature
Sport
In Memoriam
Wie is ons? /
More on LitNet
Adverteer op LitNet /
Advertise on LitNet
LitNet is ’n onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.

Die Nederlandse Taalunie

‘Nederlandse’ roman van JM Coetzee enthousiast ontvangen

Ingrid Glorie

Let even op: Nederland had een wereldprimeur! Begin maart (dus mooi op tijd voor de Boekenweek) verscheen Portret van een jongeman, de Nederlandse vertaling van de nieuwe roman van JM Coetzee. De Engelstalige uitgave, Youth, zou nog een flink aantal weken op zich laten wachten. Deze primeur was een cadeautje van Coetzee, die sinds de Bookerprijs voor Disgrace bij elk nieuw boek ook in Nederland op grote belangstelling mag rekenen, voor de pas opgerichte uitgeverij Cossee. De schrijver heeft de vertaling, die is verzorgd door Peter Bergsma, zelf gelezen en geautoriseerd.

Portret van een jongeman kreeg onmiddellijk na verschijnen veel aandacht van de literaire kritiek. In dezelfde week waarin het boek verscheen, kwam het weekblad Vrij Nederland met een voorpublicatie. En wat zeiden de recensenten? Een overzicht van de reacties.

Volkskrant-recensent Willem Kuipers karakteriseert het boek op 8 maart 2002 als ‘een heel schrijnend verhaal over liefde en kunst, de relatie tussen beide, en de onmacht, zeg maar de onmacht in het kwadraat, om iets behoorlijks op beide terreinen tot stand te brengen’. De manier waarop Coetzee de relatie tussen Engeland en ‘de koloniale wingewesten’ ter sprake brengt, is voor Kuipers ‘een eerste reden om van een bijzondere publicatie te spreken’; hij verwijst naar Coetzee’s Afrikaner achtergrond en vergelijkt hem met andere ‘inwijkelingen’ als VS Naipaul en Salman Rushdie. Maar verder gaat de roman volgens Kuipers vooral over de relatie tussen ‘het leven en de kunst’: ‘Hoe kon, om de vraag maar meteen te stellen, zo’n ongehoord saai type als de jonge Coetzee zo’n belangrijk schrijver worden? Chargeert hij zijn onbeduidendheid? Ik geloof het niet [...]. Nee, ik denk dat Coetzee werkelijk volstrekt eerlijk is, en niet fabuleert, noch over zijn eenzaamheid, noch over zijn angst te mislukken, noch over zijn onmacht om lief te hebben [...], noch over de twijfel aan zijn eventuele talent.’ Uiteindelijk, aldus Kuipers, heeft kunst, in Coetzee’s voorstelling, te maken met het lef om iets te maken en je — door daarmee naar buiten te treden — kwetsbaar op te stellen. En met liefde: ‘Van het begin af aan is de betrekking tussen kunst en liefde voor hem essentieel. En hij heeft gelijk: wat met liefde wordt geschapen, zal ten eeuwigen dage bloeien, maar wat zonder liefde wordt gemaakt, is voor altijd gedoemd. Zo eenvoudig is het.’

In NRC Handelsblad van 8 maart 2002 verbaast Corine Vloet zich over het schijnbaar autobiografische karakter van Portret van een jongeman: ‘Wie nu denkt hier een verhaal aan te treffen van de Bildung des schrijvers, de missing link tussen het pittige jochie uit Jongensjaren [de Nederlandse vertaling van Boyhood, IG] en de tweevoudige Booker Prize-winnaar, komt voor een grote verrassing te staan. Portret van een jongeman is namelijk het verslag van een artistieke mislukking die zo totaal is dat aan het einde de 24-jarige John, net zoals wel meer hoofdpersonen uit Coetzees werk, zonder enige illusie of hoop achterblijft.’ Volgens Vloet werkt het hopeloze getob en geploeter van de hoofdpersoon aanvankelijk op de lachspieren. Maar gaandeweg wordt zijn neergang beklemmender. Daarbij hangt Zuid-Afrika ook nog eens ‘als een molensteen om zijn nek’: ‘Je kunt de jongeman blijkbaar wel uit de provincie halen, maar niet de provincie uit de jongeman’. ‘Wie Portret van een jongeman dichtslaat,’ concludeert Vloet, ‘is ervan overtuigd dat het nooit meer goed komt met deze jongeman. Het is onvoorstelbaar dat dit intens eenzame, monomane, moeilijke individu een van de meest succesvolle schrijvers van Zuid-Afrika is geworden [...]. Z adembenemend, ongenadig hard heeft Coetzee zichzelf hier namelijk te kijk gezet, in zijn onnavolgbaar spaarzame stijl.’ Maar misschien, zo lijkt Vloet aan het einde van haar recensie te suggereren, is het niet toevallig dat Coetzee zijn verhaal op het dieptepunt heeft afgebroken: als de hoofdpersoon van Portret van een jongeman werkelijk de jonge Coetzee ‘is’, dan heeft de geschiedenis uitgewezen dat het later allemaal toch nog kan verkeren.

Leonie Breebaart legt in Trouw (9 maart 2002) de nadruk op de katharsis die de hoofdpersoon moet doormaken en vergelijkt zijn ontwikkeling met die van David Lurie in Disgrace. Beiden moeten eerst een dieptepunt van verwarring en vernedering bereiken voordat ze kunnen beginnen aan een leven ‘dat eerlijker, zuiverder, minder geleend zal zijn’. Breebaart typeert de roman als ‘een postmoderne — preciezer gezegd: een postkoloniale — satire op westerse mythen over kunst en kunstenaarschap’. De auteur wijst de klassieke teksten uit de Europese literatuur niet af, schrijft ze, maar ‘laat zien dat ze hun zeggingskracht steeds weer moeten bewijzen: temidden van de meest grauwe of de meest gewelddadige realiteit’. Tenslotte is Portret van een jongeman volgens Breebaart ook ‘een soms schokkend herkenbaar portret van d jongeman (of vrouw)’: ‘Van het egosme, de verwarring, de eenzaamheid, de fouten en vernederingen die iedereen meemaakt op weg naar volwassenheid’.

Eveneens op 9 maart besteedde Pieter Steinz in NRC Handelsblad nog eens aandacht aan Disgrace. Steinz publiceert regelmatig interessante diagrammen, waarin telkens n tekst uit de wereldliteratuur centraal staat. Hieruit kun je in n oogopslag opmaken welke literaire werken op thematische of stilistische gronden als voorlopers beschouwd zouden kunnen worden en welke boeken je ‘t best n het betreffende meesterwerk zou kunnen lezen. En nu was dus Coetzee’s Disgrace aan de beurt. Als mogelijke invloeden noemt Steinz het bijbelboek Job, Shakespeare’s King Lear en het werk van Dostojewski, Beckett en Kafka. In de kolom ‘Wat te lezen na Disgrace?’ onderscheidt Steinz drie thema’s. Onder ‘Zuid-Afrika en (de erfenis van) apartheid’ noemt hij Breytenbachs A season in paradise, Van Woerdens Een mond vol glas, Gordimers The house gun en Brinks Donkermaan. Over ‘Seksuele “schuld” en boete’ gaan behalve Disgrace ook Hawthorne’s The scarlet letter en Roths The human stain. En wil je meer lezen over het thema ‘Stap voor stap te gronde’, dan kun je volgens Steinz bijvoorbeeld terecht bij The mayor of Casterbridge van Thomas Hardy, Nooit meer slapen van WF Hermans en The bonfire of the vanities van Tom Wolfe. Waarmee iedereen die van een intense leeservaring houdt, voorlopig weer even vooruit kan ...

terug    /     boontoe


© Kopiereg in die ontwerp en inhoud van hierdie webruimte behoort aan LitNet, uitgesluit die kopiereg in bydraes wat berus by die outeurs wat sodanige bydraes verskaf. LitNet streef na die plasing van oorspronklike materiaal en na die oop en onbeperkte uitruil van idees en menings. Die menings van bydraers tot hierdie werftuiste is dus hul eie en weerspiel nie noodwendig die mening van die redaksie en bestuur van LitNet nie. LitNet kan ongelukkig ook nie waarborg dat hierdie diens ononderbroke of foutloos sal wees nie en gebruikers wat steun op inligting wat hier verskaf word, doen dit op hul eie risiko. Media24, M-Web, Ligitprops 3042 BK en die bestuur en redaksie van LitNet aanvaar derhalwe geen aanspreeklikheid vir enige regstreekse of onregstreekse verlies of skade wat uit sodanige bydraes of die verskaffing van hierdie diens spruit nie. LitNet is n onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.